10. RENTMEESTERSCHAP


Voor vragen mailen naar Pr. Rowdy Roelants

10. Rentmeesterschap

 

Inleiding

De mens was de “kroon van Gods schepping”.
Psalm 8:6.
God gaf hem een grote verantwoordelijkheid: heersen over de aarde en al wat daar op leefde. Dat klinkt nogal heerszuchtig, maar in de Bijbel heeft heersen altijd te maken met beheren, dienend bezig zijn. We zijn rentmeesters, gesteld over het bezit van een ander. “De aarde is van de Here God”.
Gen. 1: 26-28; Ps. 24:1.
Adam moest de hof van Eden bewerken ( = tot ontwikkeling brengen) en bewaren (zorgen voor). Dat was geen geringe taak. Adam was niet zomaar een tuinman, hij was rentmeester.
Gen. 2:15.

God had hem voldoende toegerust om deze taak goed te kunnen verrichten. Hij was b.v. in staat om alle dieren een naam te geven!
Gen. 2:19,20.
Door de zondeval verloor de mens dit rentmeesterschap en Gods schepping kwam onder de heerschappij van een door en door slechte rentmeester. Vanaf dat moment zien we dan ook een negatieve ontwikkeling in de hele schepping.
Gen. 3:19.

Israël

God richtte op een bepaald moment het volk Israël op. Israël werd het instrument waardoor God zijn plan met de aarde verder wilde volbrengen. Israël moest een volk onder God zijn, dat Gods regering aan de rest van de aarde zou brengen. Zij kregen een stuk rentmeesterschap.
God wilde door hen heen de andere volken, maar ook de “aarde zegenen”. Hij legde hun verantwoordelijkheid voor hun naaste en voor de aarde in een aantal wetten vast, en gaf daaraan gekoppeld geweldige beloften.
Helaas faalde het volk Israël in zijn taak van rentmeester en de “wijngaard” werd tot een wildernis.
Ex. 19:1-6; Lev. 25:35; Lev. 25: 1-6; Deut. 15: 7-11; Deut. 28: 1-6; Deut. 30:15; Jes. 5:1-7; Matth. 21:33-43.

 

Jezus Christus

Op een bepaald moment in de geschiedenis besluit God een begin te maken met het “herscheppen” van zijn schepping. Hij zond zijn eigen Zoon naar de wereld.
God had de wereld lief en niet alleen de mens!
Hij wil de hele wereld “behouden”.
Joh. 3:16; Joh. 3:17.
Jezus’ opstanding was het begin van een totaal “nieuwe schepping”.
Jezus Christus was de “eerstgeborene uit de doden”.
Col. 1:18.
Hij was het startpunt van een nieuwe tijd. God wil door zijn Zoon de hele schepping herstellen.
(NB. wederoprichting = herstellen).
Hand. 3:21-26.

In Genesis begon God met de hemel en de aarde en was de mens het sluitstuk.
In de nieuwe schepping is God begonnen met de mens en zal Hij uiteindelijk eindigen met een nieuwe aarde en een nieuwe hemel.
2Cor. 5:17; Openb. 21:1.

Het rentmeesterschap terug bij de mens

De mens, in zijn nieuwe schepping, heeft de verantwoordelijkheid teruggekregen om te heersen op de aarde. We hebben het rentmeesterschap opnieuw van God ontvangen.
Hij heeft ons voor deze taak toegerust. De Here Jezus gaf Zijn discipelen de belofte dat zij kracht zouden ontvangen.
Het Griekse woord hiervoor: DUNAMIS, betekent eigenlijk bekwaamheid. De Heilige Geest zou hen bekwaam maken voor hun taak. Zonder de Heilige Geest zijn we niet in staat ons rentmeesterschap uit te oefenen.
Openb. 5:10; Hand. 1:8.

Rentmeesterschap: gaven

Om een goed rentmeesterschap te kunnen voeren hebben we bepaalde capaciteiten nodig.
De Here Jezus gaf ons door de Heilige Geest gaven.
Onder deze gaven valt een heel scala van begrippen zoals: genadegaven, werkingen en bedieningen.
God is zeer creatief geweest in het toerusten van zijn rentmeesters.
We kunnen al deze begrippen niet uitvoerig doornemen.
Het is echter wel belangrijk dat we ons bewust zijn dat God iedereen bepaalde gaven heeft gegeven. We mogen allemaal een uniek onderdeel zijn in Gods geweldige plan met de schepping.
Efez. 4:8; 1Cor. 12:4-6; 1Cor. 12:18; Rom. 12:3.

Een opsomming:
Apostelen, profeten, evangelisten, herders, leraars, bestuurders; openbarings-
gaven van wijsheid, kennis, geloof, genezingen, krachten, profetie, onderscheiding van geesten, tongen, vertolking van tongen; dienen, onderwijzen, bemoedigen, geven, leiding geven, barmhartigheid bewijzen, voorbidden, gastvrijheid etc.
Efez. 4:11,12; 1Cor. 12:1-11; Rom. 12:4-8.

Rentmeesterschap: talenten

Iedereen heeft talenten. Met talenten bedoelen we een natuurlijke aanleg voor iets, een aangeboren bekwaamheid. Zo’n talent zit erin, bij je geboorte en blijft erin zitten, ook als je geboren wordt in Gods Koninkrijk.
Je bent met een bepaalde aanleg geboren en God wil door de werking van Zijn Geest deze talenten ten volle tot ontplooiïng brengen.
Talenten kunnen op allerlei gebied liggen:
- Ambachtelijke, sociale, commerciële, bestuurlijke, fysieke, intellectuele en
creatieve bekwaamheden.
Ex. 35:10-36:20; 1Kron. 25:1-7.

Hoe ontwikkel ik mijn talenten en gaven?

1. Inventariseer je leven en je mogelijkheden.
Ben je bereid om dit allemaal aan de Heer te geven?               Luc. 14:25-33

2. Stel je dienstbaar op (zoals David)                                          1Sam. 17:12-32
Ga aanpakken wat voor de hand ligt.                                       Pred. 9:10

3. Tracht wel vanuit deze dienende houding, steeds weer
Gods wil te zoeken.

4. Stel je persoonlijk belang ondergeschikt aan Gods wil.            Jac. 4:13-15

5. Laat je corrigeren in datgene wat je doet.                                 Hebr. 13:17

6. Wees niet bang om te falen.                                                     2Tim. 1:7
7. Stel prioriteiten - gezin                                                            1Tim. 3:4-6
- gemeente                                                      Hebr. 10:25
- levensonderhoud                                           2Thess. 3:10-12

8. Vervul je bediening en volhardt!                                              Col. 4:17
2Tim. 1:6

Hoe ver reikt onze verantwoordelijkheid?

Jezus zegt in het Matthéüs-evangelie dat wij het zout der aarde zijn. Zout heeft twee funkties:
1. Het gaat bederf tegen
2. Het geeft smaak aan de omgeving
Matth. 5:13.

Christenen moeten mensen zijn die bederf, dat is door zonde aangetast leven, tegengaan en smaak aan het leven geven.
Wanneer Jezus ons dus het zout van de aarde noemt, dan wil dat zeggen dat christenen in de samenleving een unieke en invloedrijke rol spelen. Zij voegen nieuwe, positieve waarden aan die samenleving toe en werpen een dam op tegen het negatieve kwaad.

We hebben dus ook een verantwoordelijkheid t.a.v. milieu, politiek, wetenschap, economie etc.
We zullen in de eerste plaats Gods Koninkrijk moeten zoeken en ons bezig houden met de dingen die van boven zijn. Maar vanuit die positie zullen we onze talenten en gaven moeten gebruiken om de hele maatschappij en de wereld om ons heen te beïnvloeden!
Matth. 6:25-34; Col. 3:1-4.

De schepping ziet met reikhalzend verlangen uit naar het openbaar worden van de zonen Gods.
Rom. 8:19-23.

 

 

 

 

 

Conclusie

God heeft de mens een hele belangrijke taak gegeven.
We zijn rentmeesters van deze aarde.
God heeft ons voldoende toegerust voor deze taak. We hebben gaven en talenten ontvangen.
Wij hebben de verantwoordelijkheid om deze gaven en talenten te ontwikkelen en ons dienstbaar op te stellen, zodat we de aarde goed kunnen beheren.
Wilt u zich ook inzetten met uw talenten, zodat we met elkaar goede rentmeesters zijn?
Matth. 25:14-30; Luc. 19:11-27; 1Petr. 4:10.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vragen

1. Waaruit blijkt dat Adam niet zomaar de eerste de beste “tuinman” was?
Gen. 2:19,20.
------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

2. Is een “natuurlijk” talent ook door God gegeven?
Ex. 35:30-35.
------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

3. Kun je “gaven” ontvangen zonder dat je gedoopt bent met de Heilige Geest?
1Cor. 12:11.
------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

4. Kan God mij, met mijn beperkte mogelijkheden gebruiken?
Richt. 6:15.
------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

5. Waarvoor heb je gaven/talenten ontvangen?
1Petr. 4:10.
------------------------------------------------------------------------------------------------