8. Handoplegging en genezing
Inleiding studie genezing
Eén van de manieren waarop Jezus Christus mensen genas tijdens Zijn aardse bediening, was door mensen aan te raken of door ze de handen op te leggen.
Hij raakte de melaatse aan; Hij vatte de hand van Simons schoonmoeder; Hij legde zieken de handen op.
Jezus gaf ons gelovigen de volmacht om hetzelfde te doen.
Handoplegging is een van de fundamenten van ons geloofsleven.
Luc. 4:40; Marc. 1:31,41; Marc. 16:17,18; Hebr. 6:1,2.
Wat is handoplegging?
Handoplegging is een Bijbelse handeling om Goddelijke zegeningen door te geven. Door het opleggen van handen maak je je één met de persoon waarvoor je bidt. Je bent op dat moment een brug/kanaal waarbij de zegen van God, kracht, zalving en genezing wordt overgedragen op een ander persoon.
Wat is het doel van handoplegging?
Handoplegging is geen doel op zichzelf, maar meer een middel om doelen te bereiken. Zowel in het O.T. als in het N.T. vinden we het opleggen van handen terug.
1. Oude Testament
a. Offerdienst Lev. 1:4; Lev. 8:14
b. Zegening Gen. 48:14,15
c. Ontvangen van de Heilige Geest/inwijding Num. 8:10,11
d. Gezag overdragen Num. 27:18-20
e. Geestelijke gaven mededelen Deut. 34:9
2. Nieuwe Testament
a. Genezing Hand. 5:12
b. Zegening Marc. 10:13-16
c. Ontvangen van de Heilige Geest Hand. 8:17,18; 9:17
d. Bevrijding Luc. 13:11-13
e. Geestelijke gaven mededelen 1Tim. 4:14
f. Afzondering voor een speciale bediening Hand. 13:1-4
g. Bevestiging in een bediening Hand. 6:1-6
Voorwaarde
1. niet in eigen kracht, maar in de Naam van Jezus Christus.
Hand. 3:6; Hand. 19:13-16.
2. niet overijld! 1Tim. 5:22.
- niet lichtzinnig/zorgeloos
- zoek de leiding van de Heilige Geest
De beperking van het opleggen van handen, geldt alleen voor het aanstellen van iemand in een speciale bediening / dus niet voor andere gelegenheden, waarbij de handen worden opgelegd. Bijv. voor genezing en vervulling met de Heilige Geest. Hand. 8:17; 9:17; 19:6.
Je moet als je een oudste aanstelt rein zijn, zonder zonden, dan pas mag
je handen opleggen en aanstellen. Dus nooit overhaast!!!!!!!!!!!
Voor iedereen!
Handoplegging is in onbruik geraakt door een gebrek aan geestelijk inzicht.
We moeten inzien dat het een belangrijk onderdeel is van het fundament van iedere gelovige en niet alleen van ambtsdragers.
Ieder christen heeft het voorrecht om een ander de handen op te leggen.
Maak er gebruik van. Het is voor alle oprechte gelovigen! Wees daarom rein!!!
Marc. 16:17,18.
Genezing voor iedereen!
Doordat de mens ongehoorzaam was aan God, was het niet mogelijk dat Gods zegeningen hem bereikten.
De mens kwam onder een vloek en in de macht van de duivel.
Het gevolg hiervan was (en is) dat de mens door de duivel “geplaagd” werd (wordt) met allerlei soorten van pijn, zwakte en ziekte.
God wil in Zijn oneindige genade ons mensen nog steeds zegenen en ons van ziekte bevrijden.
Jezus Christus heeft aan het kruis niet alleen onze zonden teniet gedaan, maar ook onze ziekten gedragen (ondergaan).
Wij kunnen door het geloof in Hem vergeving van zonden ontvangen, maar ook genezing.
Rom. 5:12; Efez. 2:1-3; Luc. 13:16; Hand. 10:38; Hand. 13:38; Jes. 53:4-6; Matth. 8:16-17; 1Petr. 2:24.
Genezing in het Oude Testament
In het Oude verbond was het zo, dat zij die gehoorzaam waren gezondheid mochten verwachten, terwijl zij die zondigden, op ziekten moesten rekenen.
Bijna elke ziekte die in het O.T. wordt beschreven was een gevolg van zonden en ongehoorzaamheid. Met uitzondering van Job.
Ex. 15:26; Lev. 26:1-42; Deut. 28:1-68.
Voorbeelden:
- de koperen slang in de woestijn Num. 21:4-9
- Elia en de zoon van de weduwe 1Kon. 17:17-24
- de genezing van Naäman 2Kon. 5:1-27
- de genezing van koning Hizkia 2Kon. 20:1-11
Genezing in het Nieuwe Testament
In het Nieuwe Testament zien we dat bij de komst van de Here Jezus een grote stroom van Gods genade en bewogenheid, zichtbaar werd in genezing.
Waar Jezus ook kwam, er was genezing, behalve in zijn eigen vaderstad vond hij geen geloof. Jezus schonk de mens, in Zijn genade, vergeving en genezing.
In het N.T. wordt ziekte gezien als een verlengstuk van de zonden en is daarom een uiting van het rijk van satan.
Jezus kwam om de werken van satan te verbreken!
Matth. 14:14; Marc. 6:53-56; Luc. 6:17-19; 1Joh. 3:8b.
Voorbeelden:
Er zijn veel voorbeelden van genezingen. In de evangeliën staan 41 gebeurtenissen waar genezing plaats vond. In 9 van deze gevallen wordt gesproken over een menigte, vele of allen.
Johannes schrijft dat er nog veel meer gebeurd is tijdens Jezus rondgaan. Zelfs de boeken van deze wereld zouden ze niet kunnen bevatten.
Matth. 15:30; Matth. 19:2; Joh. 20:30; Joh. 21:25.
Door het hele boek Handelingen heen zien we dat de discipelen zieken genazen.
We zien dat er vele wonderen en tekenen gebeuren door handoplegging van de apostelen.
Wanneer Filippus (hij was een diaken) het evangelie predikt, er vele verlamde en kreupelen genezen.
Genezingen zijn tekenen van de aanwezigheid en de kracht van Gods Koninkrijk.
Hand. 5:12-16; Hand. 8:6-8; Luc. 7:22,23.
Hoe te genezen?
Er is een grote verscheidenheid in de wijze waarop Jezus de zieken genas.
Het belangrijkste in dit alles was, Zijn totale afhankelijkheid van God Zijn Vader.
Toch kunnen we een aantal belangrijke gegevens t.a.v. genezing uit de Bijbel halen.
Joh. 9:6; Luc. 17:11-15; Joh. 5:19.
1. Handoplegging.
Jezus heeft vele zieken de handen opgelegd en gaf de belofte dat, als wij
hetzelfde doen, zieken zullen genezen.
Luc. 4:40; Hand. 5:12; Marc. 16:17,18.
2. Spreken.
a. Tot de zieke: “strek uw hand uit”, “sta op en wandel” etc.
b. Tot de demonen: “Hij legde de geesten zijn bevelen op”.
Matth. 12:13; Hand. 3:6; Luc. 4:36,37.
3. Prediking van het Woord.
Ps. 107:20; Hand. 8:4-8.
4. Zalven met olie.
Jac. 5:14-15.
5. Diversen: spontaan door de Heilige Geest, vasten, zweetdoekjes, “een vrolijk
hart” etc.
Matth. 17:16,21; Spr. 17:22.
Geloof in genezing
Geloof speelt een belangrijke rol bij genezing.
Geloof is het “medium”, waardoor God zijn genezingskracht vrij laat komen.
Zelfs Jezus kon niet veel doen in een klimaat van ongeloof!
Een mooi voorbeeld is de genezing van de slaaf van de centurion: ga heen, zei Jezus, u geschiede naar uw geloof.
Paulus zag geloof voor genezing bij de verlamde man te Lystra.
Het geloof hoeft niet bij de zieken alleen te zijn!
Jezus gaf het geloof in de vrienden van de verlamde.
Het is niet belangrijk bij wie geloof is, als er maar geloof is!
Matth. 13:58; Matth. 8:5-13; Hand. 14:9,10; Marc. 2:5.
Ieder aspect van ons leven
Het Nieuwe Testament leert ons dat genezing meer is dan alleen lichamelijke genezing; het raakt elk aspect van het menselijk leven dat onder de macht of invloed van satan is gekomen.
Goddelijke genezing betekent: vergeving en herstel naar geest, ziel en lichaam.
Het omvat ook bevrijding van gebondenheden en genezing van wonden en pijnlijke herinneringen uit het verleden.
God wil dat we volkomen gezond zijn! Amen?
1Thess. 5:23,24.
3Joh.:2
Conclusie
Als de Here Jezus ons voorbeeld is voor geloof en leven, dan kunnen wij niet om zijn genezingsbediening heen.
De Here Jezus zag nooit goede kanten aan ziekte, Hij genas de zieken, waar Hij ook kwam.
Jezus ging rond, weldoende en genezende allen die door de duivel overweldigd waren; want God de Vader was met Hem.
God is ook met ons! Hij wil nog steeds allen genezen. Natuurlijk blijven er vele vragen liggen. Er zijn zieken die niet genezen. Ook de apostel Paulus werd hiermee geconfronteerd.
Hoewel we niet alles begrijpen, moeten we vasthouden aan Gods belofte om uiteindelijk, door geloof en geduld, de beloften te verkrijgen.
Hand. 10:38; Hebr. 6:11-15.
Vragen
1. Het opleggen van handen is voorbehouden aan “ambtsdragers”, of niet?
Marc. 16:17,18.
------------------------------------------------------------------------------------------------
2. Waardoor kreeg de mens met lijden, ziekte en dood te maken?
Gen. 3:14-19.
------------------------------------------------------------------------------------------------
3. Wie is de veroorzaker van ziekte?
Hand. 10:38.
------------------------------------------------------------------------------------------------
4. Hoeveel van de mensen die bij Jezus kwamen om genezen te worden, genas
Hij?
Matth. 8:16, 12:15, 14:35; Luc. 4:40.
------------------------------------------------------------------------------------------------
5. Noem drie dingen die Christus voor ons op Zich genomen heeft.
Matth. 8:17; 1Petr. 2:24.
------------------------------------------------------------------------------------------------
6. Op hoeveel beloften van God mogen wij door het geloof in Christus aan-
spraak maken?
2Cor. 1:19,20.
------------------------------------------------------------------------------------------------
|