12. Gezin van God
Inleiding
Niet zomaar een gezin, maar een gezin van God.
Ieder die wederom geboren is hoort bij het gezin van God.
Joh. 1:12; Efez. 2:19b.
Behalve lid van Gods gezin, de gemeente, zijn we allemaal ook lid van een natuurlijk gezin. Zelfs al is er maar één ouder wedergeboren, is ook dat: “Gods gezin”. 1Cor. 7:13,14.
In deze tijd van alternatieve samenlevingsvormen en echtscheidingen worden gezinnen vaak uiteengerukt.
Maar God wil de gezinnen weer herstellen. We gaan eens kijken hoe een “Bijbels” gezin eruit hoort te zien.
Mal. 4:6.
Het huwelijk
Een “gezin” begint met een huwelijk. God heeft van het begin af aan het huwelijk gecreëerd. Hij schiep de mens man en vrouw.
Gen. 1:27.
1. De vrouw maakte de man “compleet”, ze paste helemaal bij hem: geestelijk,
intellectueel, emotioneel en lichamelijk.
Ze is niet uit zijn voeten genomen om door hem vertrapt te worden, ze is niet
uit zijn hoofd genomen om over hem te heersen, maar ze is uit zijn zijde
genomen, een plaats dicht bij zijn hart, om door hem bemind te worden.
Gen. 2:20-23.
2. Het huwelijk begint met het verlaten van alle andere relaties. De nauwste rela-
tie buiten het huwelijk wordt hier specifiek genoemd: de relatie met je vader en moeder.
Wanneer je niet bereid bent om je los te maken van je oude situatie, dan zul je
nooit de geweldige intieme relatie met je partner beleven, op de manier waarop
God het bedoeld heeft.
Gen. 2:24; Psalm 45:11,12; Efez. 5:31.
3. Huwelijk betekent eenheid in de ruimste zin van het woord.
Het huwelijk is een eenwording: geestelijk, emotioneel, sociaal, huishoudelijk
en fysiek.
Tegenwoordig blijven mensen als twee totaal zelfstandige individuen naast
elkaar leven. Wanneer je echter een huwelijk wilt aangaan zoals God het heeft
bedoeld, dan zul je één moeten worden.
Gen. 2:24.
De verantwoordelijkheid van de man
1. De man is degene die zijn vrouw leidt. Efez. 5:23
Wat is een leider naar bijbels model?
Een leider is in de eerste plaats een dienaar.
De man moet het hoofd van zijn vrouw zijn zoals Christus het hoofd van de gemeente is.
Jezus Christus nam de gestalte van een dienstknecht aan. Hij kwam niet om gediend te worden, maar om te dienen. Op dezelfde wijze moet een man voor zijn vrouw leven. Hij moet een leider-dienaar zijn!
Matth. 20:20-28; Efez. 5:23; Fil. 2:6-8; Joh. 13:1-15.
2. De man moet zijn vrouw liefhebben. Efez. 5:25
Hoe moet hij haar liefhebben?
Zoals Christus zijn gemeente heeft liefgehad!
Dat is de liefde die onvoorwaardelijk, onzelfzuchtig, opofferend en onbegrensd is.
Wanneer een man “probeert” bovenstaande in praktijk te brengen, dan zal het voor de vrouw niet moeilijk zijn om haar verantwoordelijkheid op zich te nemen.
Efez. 5:25,26; 1Cor. 13.
De verantwoordelijkheden van de vrouw
1. De vrouw moet onderdanig zijn aan de man. Col. 3:18
Het idee van onderdanigheid van de vrouw is niet erg populair in onze tijd.
- Onderdanigheid is niet enkel een begrip voor de vrouw, maar voor alle
gelovigen.
Efez. 5:21; 1Petr. 5:5.
- Onderdanigheid betekent niet dat de vrouw nooit haar mond opent, nooit
haar eigen mening uit, etc.
Richt. 1:13-15; Spr. 31:26.
- Onderdanigheid betekent niet, dat de vrouw minderwaardig is ten opzichte van
haar man.
Gal. 3:28.
- Onderdanigheid is een positief, geen negatief begrip!
- Onderdanigheid is “de vrijheid om creatief te zijn onder Goddelijk aangestelde
autoriteit”.
In principe nemen man en vrouw samen beslissingen, in situaties waarin ze het niet eens kunnen worden, zal de vrouw zich “vrijwillig” onderwerpen aan het gezag van haar man. Niet slaafs, maar in liefde en met respect! Er ligt een rijke zegen achter zo’n houding.
2. De vrouw is in de eerste plaats een “hulp”. Spr. 31:10-31
De vrouw werd geschapen om in de behoeften, de tekortkomingen van de man te voorzien.
Dat betekent niet dat zij niets voor zichzelf zou mogen doen, of nooit betrokken zou mogen worden in aktiviteiten buiten het gezin.
Naast haar roeping in het gezin zal de vrouw ook een individuele roeping hebben in het Lichaam van Christus.
Spr. 31:10-31; Hand. 21:9; Col. 4:15,16.
Wanneer man en vrouw beiden hun verantwoordelijkheden op zich nemen dan zal hun huwelijk slagen!
Kinderen
Meestal brengt een huwelijk vrucht voort - kinderen:
op dat moment worden man en vrouw vader en moeder.
Wat zegt de Bijbel over kinderen?
- kinderen zijn een erfdeel van de Heer Ps. 127:3
- kinderen zijn een “beloning” Ps.127:3
- kinderen zijn een “kroon” Spr. 17:6
Het is een geweldig voorrecht om kinderen van God te ontvangen.
Ze zijn wonderbaar door God toebereid.
Verantwoordelijkheden van ouders
1. Kinderen moeten bij God gebracht worden.
We zullen voortdurend onze kinderen in gebed bij God moeten brengen.
Als de Here het huis niet bouwt....
Matth. 19:13-15; Ps. 127:1,2.
2. We zullen God bij onze kinderen moeten brengen.
Ouders moeten in liefde, geduld en vertrouwen een “heenwijzing” zijn naar
God. Zij zullen Gods karakter moeten weerspiegelen, om zo God bij de
kinderen te brengen.
Hoe is God?
Ex. 34:6,7.
3. Kinderen moeten onderwezen worden in het Woord van God.
Deut. 6:7; Spr. 4:1-4.
4. Kinderen moeten, indien nodig, tuchtiging en correctie ontvangen.
Kinderen kunnen zichzelf niet opvoeden!
“Vrije” opvoeding leidt tot ongedisciplineerdheid en schande.
Correctie moet wel in liefde gebeuren. Tucht zonder liefde zal leiden tot
bitterheid.
Spr. 23:13,14; Spr. 22:15; Spr. 29:15; Col. 3:21; Efez. 6:4.
5. We zullen onze kinderen moeten trainen/oefenen.
Dit vraagt geduld en volharding.
Opvoeding is geen eenheidsworst, want niet één kind is gelijk aan de ander.
Spr. 22:6.
Verantwoordelijkheden van de kinderen
1. Kinderen moeten hun ouders eren. Ex. 20:12
Dit is een gebod met een belofte! Efez. 6:2,3
2. Kinderen moeten hun ouders gehoorzamen.
- in de Here Efez. 6:1
- in alle dingen Col. 3:20
Tenslotte
Het huwelijk is een Goddelijke instelling. God heeft het gewild. Het is Gods verlangen, dat we allemaal een goede huwelijksrelatie hebben.
Veel christenen ervaren niet die vreugde en eenheid in hun huwelijk, waarvan God spreekt. Wanneer echter Gods principes, in geloof, worden toegepast, kan elk huwelijk slagen. Dit gaat niet zomaar. Het vraagt toewijding, volharding, hard werken en bovenal gebed. God belooft echter dat er voordeel is in alle moeitevolle arbeid.
Spr. 14:23.
De Bijbel geeft ons ook duidelijk richtlijnen voor het opvoeden van onze kinderen. Het hoofddoel van de ouders voor hun kinderen is hen doen opgroeien tot volwassenheid in Christus.
Wanneer we daarin willen slagen, dan zullen we Gods normen moeten hanteren.
Zullen we God vertrouwen dat zijn normen voor het gezin de enige juiste zijn?
Vragen
1. Waarom stelde God het huwelijk in?
Gen. 1:28; Gen. 2:18; Efez. 5:22-32.
------------------------------------------------------------------------------------------------
2. Welke grenzen kun je stellen aan onderdanigheid?
Col. 3:18; Hand. 5:29.
------------------------------------------------------------------------------------------------
3. Welk voorbeeld moet de man voor ogen houden, wanneer hij de leiding over
zijn vrouw uitoefent?
Efez. 1:22; Efez. 5:23-26.
------------------------------------------------------------------------------------------------
4. Geef eens een bijbelse definitie van liefde?
1Cor. 13:4-7; Efez. 5:25; 1Joh. 3:16.
------------------------------------------------------------------------------------------------
5. God is enkel liefde, Hij zal ons nooit tuchtigen.
Wij mogen als beelddragers van God, onze kinderen dan ook niet tuchtigen.
Is deze uitspraak waar?
Hebr. 12:5-12; Spr. 13:24; Spr. 29:15.
------------------------------------------------------------------------------------------------
En nu?
Wanneer de heipalen bij een bouwput zijn aangebracht, kan het bouwwerk verrijzen.
Let nu op waarmee je gaat bouwen, met duurzaam materiaal of met minder beste stoffen. De tijd zal leren hoe en waarmee je gebouwd hebt want alle bouwwerken maken zware tijden mee: verzengende hitte, slagregens, storm enz.
De Bijbel zelf beschrijft beter dan wie ook het belang van een hecht fundament en een goed bouwwerk:
“God heeft mij het voorrecht en de kracht gegeven om als een goed architect de fundering te leggen, waarop een ander voortbouwt.
Natuurlijk moet iedereen wel oppassen hoe hij daarop bouwt; met goud, zilver en edelsteen of met hout, hooi of stro. Het zal vanzelf blijken wat u hebt gedaan, want de grote dag van de Here komt met vuur. In het vuur blijft alleen over wat waardevol is; de rest verbrandt.
Als u met vuurvast materiaal op de fundering hebt gebouwd, krijgt u loon. Als uw werk verbrandt, zult u verlies lijden. U zult zelf gered worden maar dan wel door het vuur heen.
Weet u niet dat u zelf de tempel van God bent en dat Zijn Geest in u woont?
Als iemand Gods tempel beschadigt, zal God hem schade toebrengen.
Want Gods tempel is heilig. En u bent de tempel van God!”
(Uit Het Boek, 1Cor. 3:10-18) |