11. Gemeente
Inleiding
Elk kind van God is persoonlijk door God geroepen. God ziet ons in de eerste plaats als een individu en Hij heeft een plan met een ieder van ons. U bent uniek in Gods ogen!
Rom. 1:6,7; 1Cor. 12:18.
God wil echter niet dat we individualisten zijn.
Hij heeft ons ook geroepen in een lichaam. Naast de doop in water en de doop in de Geest, zijn we ook door de Geest gedoopt tot een lichaam. De gemeente is het lichaam van Christus. Dat lichaam bestaat uit vele leden die elkaar nodig hebben.
Col. 3:15; 1Cor. 12:13; 1Cor. 12:14-27.
De gemeente: een definitie
Het woord “gemeente” komt van het Griekse woord “EKKLESIA’. De betekenis hiervan is “de eruitgeroepenen” of “de tezamen-geroepenen”.
God had ook in het Oude Testament zijn “tezamen-geroepenen”. Regelmatig riep God het volk Israël bijeen voor een z.g. volksvergadering.
In Nieuwtestamentische zin gaat het letterlijk om een “vergadering van bijeengeroepenen voor een bepaald doel”.
Deut. 5:22; Neh. 8:3,4.
Als Jezus spreekt over Mijn gemeente, spreekt Hij niet over zomaar een “vergadering”. Hij spreekt dan over alle door Hem “geroepenen”, allen die uitgetrokken zijn uit de “wereld” en zich afgezonderd hebben voor God.
Matth. 16:18.
Het is belangrijk om te begrijpen dat het woord “gemeente” nooit wordt gebruikt met betrekking tot een gebouw. De “gemeente” is niet een gebouw, maar het volk van God dat gebouwd wordt tot een geestelijk bouwwerk voor God.
1Petr. 2:5; Efez. 2:20-22.
De universele gemeente
De universele gemeente bestaat uit allen die verlost zijn “uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon”. Het bestaat uit alle “wedergeboren” christenen.
Dit is een onzichtbaar geestelijk lichaam, waarvan Jezus Christus het Hoofd is.
Col. 1:13; Efez. 3:10; Efez. 1:22,23.
Dit Lichaam is wereldwijd. Het is niet genoeg om te weten dat je daar deel van bent. Om het leven door Jezus Christus werkelijk uit te leven en hierin getraind te worden heeft God de plaatselijke gemeentes gegeven.
De plaatselijke gemeente
Soms wordt het begrip gemeente gebruikt om verschillende groepen in een streek aan te duiden.
Hand. 9:31; Gal. 1:2,3.
Een andere keer heeft het betrekking op een plaatselijke gemeente.
Hand. 5:11; 1Thess. 1:1.
Daarnaast spreekt de Bijbel ook nog over de z.g. huisgemeenten.
Huisgemeenten ontstaan vaak door verdrukking. Denk aan de situatie van de gemeente te Jeruzalem en b.v. aan China.
Rom. 16:5; Col. 4:15,16; Hand. 8:1; Hand. 12:12.
De gemeente en het koninkrijk van God
God wil graag dat Zijn Koningschap op aarde zichtbaar wordt. Sinds de schepping van de mens heeft Hij verschillende instrumenten uitgekozen waardoor Hij zijn heerschappij op aarde wilde uitoefenen.
1. Adam en Eva - zij faalden! Gen. 1:26
Gen. 3:23,24
2. De aartsvaders - zij faalden! Gen. 9:1,2
Gen. 12:1-3
3. Israël - zij faalden! Ex. 19:5,6
Matth. 21:33-43
4. Jezus Christus - Hij faalde niet! Matth. 3:17
Matth. 28:18b
5. De Gemeente - ? Matth. 16:19
Luc. 22:29
Jezus Christus proclameerde en demonstreerde het Koninkrijk van God. Het doel van Zijn komst naar de aarde was Gods heerschappij te herstellen. Hij slaagde. Hij overwon de duivel en ontnam Hem de heerschappij op aarde. De overwinning is behaald!
Marc. 1:14; Matth. 12:24-28; Col. 2:15; Efez. 1:22.
De Gemeente van Jezus Christus heeft de opdracht gekregen om deze overwinning verder uit te werken en zichtbaar te maken. Jezus wacht totdat zijn vijanden gemaakt worden tot een voetbank voor zijn voeten.
Efez. 3:10,11; Openb. 5:9,10; Hebr. 10:12; Hebr. 2:5-9.
De Gemeente is niet gelijk aan het Koninkrijk van God! De Gemeente is een instrument waardoor God Zijn Koninkrijk wil openbaren.
De gemeente als gemeenschap
Gemeenschap is kontakt met de ander.
- Na de zondeval werd de gemeenschap tussen God en de mens verbroken.
Gen. 3:23,24.
- Dit had ook gevolgen voor de gemeenschap met onze naaste.
Gen. 4:8.
- Jezus Christus kwam onze verbroken gemeenschap met God herstellen.
Hebr. 10:19; 1Joh. 1:3.
- Door onze herstelde gemeenschap met God, kan onze relatie met onze naaste
ook weer hersteld worden.
1Joh. 1:7.
In de Gemeente van Jezus Christus zien we die gemeenschap weer tot bloei komen. We zullen ons best moeten doen om de door Jezus Christus bewerkte eenheid te bewaren!
Hand. 2:41-47; Efez. 2:13-17; Efez. 4:1-6.
Beeldspraak over de gemeente
1. De Gemeente als Bruid van Christus.
God verlangt een Bruid voor Zijn Zoon Jezus.
De Gemeente zal Gods verlangen vervullen.
Efez. 5:25-27; Openb. 19:7-9; Hosea 2:18-20.
2. De Gemeente als tempel.
God woont niet in een huis met handen gemaakt!
Zijn huis is gebouwd van levende stenen. Wij vormen een geestelijk huis.
Dit bouwwerk is gefundeerd op apostelen en profeten en Christus zelf is de
hoeksteen.
Efez. 2:21; Hand. 7:48; Hebr. 3:6; 1Petr. 2:4-10.
3. De Gemeente als Lichaam.
Iedere gelovige is als een lid van een lichaam; het heeft een eigen unieke
plaats en funktie, maar kan niet los funktioneren van de rest van het lichaam.
Col. 1:18; Rom. 12:4,5; 1Cor. 12:12,13.
4. Verder spreekt de Bijbel nog over:
Een uitverkoren geslacht, een heilige natie, een koninklijk priesterschap,
een volk van God, een huis, een stad, een berg etc.
1Petr. 2:9; Hebr. 12:22; 1Tim. 3:15; Openb. 21:9,10.
Gezag in de gemeente
De gemeente wordt geleid door:
1. Oudsten (let op, meervoud), ook wel opzieners of voorgangers genoemd.
Hand. 14:23; Hebr. 13:17.
Het zijn zij die “voorgaan” = een voorbeeld zijn.
Hun taak: leiding geven, prediken, Gods volk bewaren voor dwaling.
Als herders zorg dragen voor de kudde.
1Tim. 3:1-7; Hand. 20:28; 1Petr. 5:1,2.
2. Diakenen - “helpers”. Hand. 6:1-7.
Een diaken is niet iemand die alleen “praktische” werkzaamheden verricht!
Je kunt huisgroepleiders ook als diakenen zien.
Ook voor deze taak gelden duidelijke eisen.
Hand. 6:8; 1Tim. 3:8-13.
De Bijbel geeft duidelijk aan hoe mensen die bij een gemeente behoren, zich ten opzichte van dit gezag dienen op te stellen.
1Tim. 5:17-19; 1Petr. 5:5; Num. 12:1-16.
Financiën in de gemeente
Alles wat wij krijgen of hebben is van God. Alles behoort Hem toe.
Ook het geld dat wij verdienen is van God. God zegt: “Ik wil dat jullie een tiende van je inkomen aan Mij geven. Dit behoort Mij toe”. (dit wordt ook wel het principe van de “eerstelingen” genoemd, zie Ex. 23:19a.)
Mal. 3:8-11; Lev. 27:30-34.
Deze eerstelingen moeten we in zijn geheel naar de voorraadkamer brengen, dit is de gemeente, oftewel het Huis van de Here.
Het geven van tienden is niet ingesteld onder de wet. Abraham en Jakob gaven al tienden, terwijl de wet er toen nog niet was!
N.B. Melchizedek is het type van Jezus Christus.
Gen. 14:20; Gen. 28:22.
In het Nieuwe Testament is het geven ook geen wet, maar een heel belangrijk principe, waar een rijke zegen achter ligt, wanneer wij hierin gehoorzaam zijn.
2Cor. 9:5-9; Mal. 3:10-12.
God heeft ons geroepen tot rentmeesters over het bezit (vermogen) dat Hij ons toevertrouwd heeft en houdt ons dus ook verantwoordelijk voor hoe wij met “ons” geld omgaan. (brassen we het op, geven we alleen maar geld uit voor onze eigen begeerten of investeren we het in het Koninkrijk van God door een deel aan Hem terug te geven?) Luc. 16:1,2; Luc. 16:9.
De Here beoordeelt onze gave; net zoals Hij bij de offerkist in de tempel zat en keek wat de mensen er in wierpen, zo ziet Hij hoe wij geven. Marc. 12:41-44.
God’s hartsgesteldheid is er altijd een van geven; Jezus is gekomen opdat wij leven en overvloed zouden hebben. Joh. 10:10.
We moeten God toestaan om ons hart te veranderen door van Hem gehoorzaamheid te leren, ook in dit opzicht. Als wij Hem gehoorzamen zal ons hart veranderen; dan zullen we Zijn hartsgesteldheid krijgen, welke een gevende hartsgesteldheid is. Fil. 2:5-8.
Kortom: als wij aan God geven wat Hem toebehoort, dan geven we Hem de mogelijkheid om Zijn rijke zegen in overvloed over ons uit te storten; we zullen oogsten omdat we in gehoorzaamheid hebben gegeven.
Wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten zegt het Woord van God. 2Cor. 9:6,7.
Tenslotte
De gemeente van Jezus Christus is wereldomvattend, “een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen”.
Hebr. 12:23.
Maar op elke plaats zullen de christenen daaraan gestalte moeten geven door het vormen van een plaatselijke gemeente.
De plaatselijke gemeente staat onder leiding van door God aangestelde oudsten. Deze gemeenten zijn zelfstandig, maar behoren wel relatie te hebben met andere plaatselijke gemeenten.
In dit “huis van God” zullen de ware gelovigen wonen en werken en zich samen verantwoordelijk weten voor deze gemeente.
Vragen
1. Wat is het uiteindelijk doel van de Gemeente?
Efez. 3:10-12.
------------------------------------------------------------------------------------------------
2. Welke relatie is er tussen de Gemeente en het Koninkrijk van God?
Matth. 16:18,19.
------------------------------------------------------------------------------------------------
3. Is het Koninkrijk van God al gekomen?
Luc. 11:20; Hebr. 2:8,9.
------------------------------------------------------------------------------------------------
4. Is het Koninkrijk van God geestelijk of natuurlijk?
Joh. 3:1-5; Joh. 18:36; Luc. 17:20,21.
------------------------------------------------------------------------------------------------
5. Wat zijn de kenmerken van een Bijbelse Gemeente?
Hand. 2:41-47; 1Cor. 14:26-40.
------------------------------------------------------------------------------------------------
|