9. Discipelschap
Inleiding
Eén van de laatste opdrachten die de Here Jezus op aarde gaf, voordat Hij terugging naar de Vader, was: “Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen....”
Er vallen hier 2 aspecten op:
1. Jezus heeft alle macht en
2. We moeten discipelen maken.
Matth. 28:18,19.
Jezus is Heer
Eén van de fundamentele dingen in het leven van een christen is het gehoorzaam volgen van de Here Jezus.
Het woord Heer betekent niet zoveel in het Nederlands. Het heeft in onze taal zijn waarde en inhoud verloren.
Luc. 6:46.
Het Griekse woord voor Heer is Kurios en in het N.T. wordt het maar liefst ruim 700 keer gebruikt.
Het betekent: suprematie, of het hoogste gezag. Het betekent ook eigenaar.
Luc. 19:33.
Jezus Christus is en heeft de hoogste macht en gezag in de hele schepping. Hij heerst over alles. Alle dingen zijn Hem overgegeven, God de Vader heeft Hem alles in handen gegeven. Zijn we ons dat werkelijk bewust? Jezus is Heer!
Als wij zeggen dat Jezus Heer is, heeft dit alleen inhoud als Jezus ook werkelijk de heerschappij in ons leven heeft.
Joh. 17:2; Matth. 11:27; Joh. 3:35; Efez. 1:20,21; Fil. 2:9-11; Matth. 7:21.
Gehoorzaamheid
Het belangrijkste woord in Gods Koninkrijk is GEHOORZAAMHEID.
Door het volkomen verlossingswerk van de Here Jezus worden we overgeplaatst uit het koninkrijk van de duisternis in het Koninkrijk van God, waar de Here Jezus de absolute heerschappij heeft.
Col. 1:13,14.
Paulus noemt dan ook twee vormen van slavernij: een negatieve (slaaf van de zonde) en een positieve, nl. slaaf van Christus.
Rom. 6:20; 1Cor. 7:23.
Jezus heeft ons vrijgemaakt, maar deze vrijheid geeft ons niet het recht om maar te doen wat we wensen, maar de vrijheid geeft ons de mogelijkheid te doen wat we zouden behoren te doen (liefhebben).
Gal. 5:1; Gal. 5:13-15.
Onder de wet van Mozes was de echte motivatie tot gehoorzaamheid angst voor oordeel en dood. Maar nu we door Gods genade zijn vrijgekocht is de motivatie voor gehoorzaamheid totaal veranderd: Liefde is onze motivatie voor elke gehoorzaamheid!
1Joh. 1:3-6; 1Joh. 5:3b.
Discipelschap
Het woord discipel heeft de volgende betekenissen:
- Iemand die geleerd of getraind wordt Matth. 5:2; 10:1
- Een leerling, pupil, volgeling Matth. 8:23
- Iemand die instructie van een ander wil ontvangen Matth. 13:10
- Iemand die instructie van een ander aanvaardt Matth. 26:19
Nota bene: discipelschap heeft niet alleen te maken met onze houding naar Jezus Christus toe, maar ook naar iemand die boven/over ons gesteld is!
Hand. 16:1-3; 1Tim. 2:1; 2Tim. 3:14.
Wat betekent het om een discipel te zijn?
1. We moeten eerst de kosten berekenen.
Het kost ons alles. Anders kunnen we zijn discipel niet zijn!
Luc. 14:25-33; Luc. 9:57-62; Matth. 10:34-39.
2. We moeten onszelf verloochenen. Zelfverloochening is een
belangrijke voorwaarde voor discipelschap.
Matth. 16:24.
3. We moeten ons kruis opnemen. Onze wil moet te allen tijde onderworpen
zijn aan Zijn wil.
Luc. 9:23-25.
4. We moeten Jezus volgen.
We worden hier weleens in getest!
Marc. 6:1; Marc. 10:17-22.
Vele gelovigen zijn wel gered, maar geen discipelen.
Redding is het volbrachte werk van Zijn kruis aanvaarden.
Discipelschap is ons kruis opnemen!
Discipline
Discipline is één van de belangrijkste eigenschappen van een discipel. En ook één van de moeilijkste!
Discipline heeft te maken met zelfbeheersing en volharding. Zonder deze twee eigenschappen kunnen we geen vooruitgang boeken. Gebrek hieraan zal uiteindelijk onze toewijding aan de Heer vernietigen.
Discipline krijgen we niet door eigen pogen. Het is niet de beheersing door jezelf, maar beheersing van jezelf door de Heilige Geest! Onze kracht komt niet van onszelf, maar van God!
2Petr. 1:6; Spr. 20:4; Spr. 24:30,31; Spr. 25:28; Gal. 5:22; 2Cor. 12:9,10.
Gebed
Eén van de eerste gebieden waarin we onszelf moeten disciplineren is gebed.
1Petr. 4:7 (Tekst: nuchter = discipline).
Gebed is het middel waardoor de christen in de aanwezigheid van God komt om Hem te aanbidden en van Hem de leiding, hulp en kracht te ontvangen die hij nodig heeft.
Jezus Christus was ons voorbeeld hierin. Gebed had de hoogste prioriteit in Zijn leven. Hij wilde in alles wat Hij deed totaal afhankelijk van de Vader zijn.
Wij vergeten vaak de noodzaak van het bidden en vertrouwen op ons eigen inzicht. Maar God wil dat we, net als Jezus, alles in afhankelijkheid en overleg met Hem doen!
Matth. 7:7-12; Jer. 33:3; Joh. 14:13,14; Luc. 6:12; Luc. 5:15,16; Joh. 5:19,20;
Jes. 30:1,2; Jes. 31:1-3.
Stille tijd
Stille tijd is niets anders dan tijd die afgezonderd is voor God. Het is dus niet alleen bidden.
Wat kunnen we allemaal doen in onze “stille tijd”?
1. Stil zijn voor God Ps. 62:2
2. Leren luisteren naar Zijn stem 1Sam. 3:1-9
3. Leiding ontvangen 2Sam. 5:17-25
4. Lofprijzing/dankzegging Fil. 4:4-7
5. Aanbidding Joh. 4:23,24
6. Voorbede 1Tim. 2:1
Ezech. 22:30
7. Strijden Efez. 6:18
8. Bidden in tongen 1Cor. 14:18,19
9. Bijbellezen Col. 3:16
10. Dagboek/journaal bijhouden
11. etc.
Conclusie
Jezus heeft ons de opdracht gegeven om alle volkeren tot zijn discipelen te maken. Geen bekeerlingen, geen kerkgangers, geen mensen die alleen maar het zondaarsgebed bidden, maar discipelen.
Wat een geweldige opdracht!
Een discipel is iemand die leeft onder het gezag en de totale heerschappij van Jezus Christus.
Een discipel is ook iemand die weet wat discipline is. Hij zal werken aan een regelmatige omgang met God en hij zal met zelfbeheersing en volharding de wedloop lopen!
1Cor. 9:24-27; 2Tim. 2:1-13.
Vragen
1. Zijn er voorwaarden verbonden aan discipelschap?
Luc. 14:27
------------------------------------------------------------------------------------------------
2. Moeten christenen nog steeds wetten houden?
Jac. 2:8; 1Cor. 9:21; Gal. 6:2.
------------------------------------------------------------------------------------------------
3. In wiens naam moeten we bidden en met welk motief?
Joh. 14:13.
------------------------------------------------------------------------------------------------
4. Wanneer we zelf niet de kracht hebben om te bidden, of niet weten hoe we
moeten bidden, wie helpt ons dan?
Rom. 8:26,27.
------------------------------------------------------------------------------------------------
5. Hoe vaak moeten we bidden?
Ps. 55:18; Efez. 6:18; 1Thess. 5:17.
------------------------------------------------------------------------------------------------
|